Help pubers zichzelf en elkaar begrijpen

Gratis lespakket: Voorvechter versterkt de zelfredzaamheid van leerlingen

Pubers hebben het vaak zwaar. De ontwikkeling naar volwassenheid gaat met vallen en opstaan. Dat maakt ze kwetsbaar voor problemen zoals stress, geldzorgen, eenzaamheid, dranks- en druggebruik. 

Maar het is - zeker als adolescent - vaak lastig om zo’n probleem tijdig te herkennen, bij jezelf of een klasgenoot. En daarna is het inschakelen van passende hulp een volgende forse drempel. Dat gebeurt helaas vaak pas als het probleem uit de hand is gelopen.

 Vroegtijdige signalering

Scholen en gemeenten kunnen nog effectiever bijdragen aan vroegtijdige signalering van problemen, door leerlingen te leren zichzelf en elkaar te helpen. Met het kant-en-klare gratis lespakket ‘Voorvechter’ kunnen mentoren en docenten Maatschappijleer de zelfredzaamheid van hun leerlingen versterken.

In 2 lessen

Verdiepen de leerlingen

zich in de achtergrond en omvang van veelvoorkomende sociale problemen van hun leeftijdsgroep

Gaan ze na

welke hulp beschikbaar is en hoe je die kunt inschakelen

Presenteren zij

hun onderzoeksresultaten aan de klas

Geven zij

hulpinstanties feedback over hun aanbod.


In de praktijk ontwikkeld

De lessen zijn gemaakt door Sam Meerhoff, docent Maatschappijleer in Haarlem, en Aik Kramer, jongerencoach GenerationWhy, samen met de gemeente Haarlem en middelbare school Het Sancta Maria in Haarlem. De methode is werkendeweg ontwikkeld en nu al zo’n 150 keer ingezet.

Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties maakt nu mogelijk dat dit pakket gratis aan alle gemeenten en scholen kan worden aangeboden. Doelgroep is de bovenbouw van de middelbare school, dus 14- tot 17-jarigen. Er zijn lange en korte versies en varianten voor VMBO en HAVO/VWO.

Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties maakt nu mogelijk dat dit pakket gratis aan alle gemeenten en scholen kan worden aangeboden. Doelgroep is de bovenbouw van de middelbare school, dus 14- tot 17-jarigen. Er zijn versies voor VMBO en HAVO/VWO.

Het is een soort ‘kruip in de huid van’.

Leerlingen helpen fictieve leerlingen. En dat spreekt aan. Een enthousiaste leerling zei tijdens de les:

“Eindelijk eens een opdracht die over ons gaat, in plaats van over de Tweede Kamer of de rechtbank.”

DANA //  Leerling

"Ik ben dit eerst in mijn eigen klassen gaan doen. Steeds als ik merkte dat dingen onduidelijk of ingewikkeld waren, heb ik dat aangepast. Daarna hebben collega’s de methode ook ingezet en diverse tips gegeven.


Het is nu heel compact, praktisch, vrij van jargon en sluit goed aan bij de leefwereld van deze kinderen."

SAM  //  Docent

Gevoelige onderwerpen, lastige doelgroep

Het is een flinke ambitie om pubers in de klas aan het werk te zetten met zulke gevoelige sociale problemen. Aik: “Het is geen eenvoudige doelgroep.


Maar juist omdat er in die levensfase veel gebeurt, is het belangrijk om hun zelfredzaamheid te vergroten. Tegelijkertijd leren ze ook dat je niet alles zelf kunt oplossen. En dat dat ook niet hoeft.”

"De klas als mini samenleving"

Veel leerlingen kampen met problemen, in hun eigen leven of dat van hun vrienden. Er is een grote behoefte aan informatie en praktische hulp. 

"De klas als mini samenleving"

Veel leerlingen kampen met problemen, in hun eigen leven of dat van hun vrienden. Er is een grote behoefte aan informatie en praktische hulp. 

Daarvoor bestaan allerlei instanties en loketten maar die zijn niet altijd even gemakkelijk vindbaar of benaderbaar volgens Sam. “En meer loketjes bouwen is niet zo zinvol.  De klas is een mini-samenleving, waarin kinderen dagelijks met elkaar omgaan. Daar is vroegsignalering mogelijk.”


Indirect en veilig

De methode maakt gevoelige thema’s bespreekbaar in een veilige sfeer. Er wordt gewerkt met casus van fictieve leeftijdsgenoten met een bepaald probleem.


Dat gaat over zaken als motivatie, transgender, schulden, seksualiteit, depressie, vechtscheiding, blowen, pesten, stress, burn-out, alcohol, relatieproblemen, zwangerschap etc.

De opdracht is om de leeftijdsgenoot te helpen en daarover een presentatie te houden. Sam: “Er is geen discussie over óf je helpt, wel over hóe je helpt. De casussen zijn fictief, maar de hulp die zij daarvoor vinden is echt.”

“De casussen zijn fictief, maar de hulp die zij daarvoor vinden is echt”

De opdracht is om de leeftijdsgenoot te helpen en daarover een presentatie te houden. Sam: “Er is geen discussie over óf je helpt, wel over hóe je helpt. De casussen zijn fictief, maar de hulp die zij daarvoor vinden is echt.”

“De casussen zijn fictief, maar de hulp die zij daarvoor vinden is echt”

Er wordt dus bewust indirect gewerkt. Elke leerling kan zelf kiezen hoeveel hij of zij van zichzelf laat zien. Er wordt niet gevraagd ‘wie is er weleens depri?’, of ‘wie blowt weleens teveel?’. Sam: “Ze bespreken een denkbeeldige klasgenoot, waardoor het veilig blijft. Maar ondertussen leren ze wel om tijdig problemen te herkennen en hulp in te schakelen.”

Niet zenden, maar zelf laten ervaren

Het is geen voorlichtingsprogramma. Voorlichting komt meestal niet echt binnen bij dit soort problemen, vertelt Aik: “Iemand die blowt denkt vaak dat hij kan stoppen wanneer hij wil.


En iemand met een eetstoornis onderkent meestal niet dat er een probleem is. Anderen zien soms eerder dat iemand vast is komen te zitten. We zetten de natuurlijke connectie tussen ‘peers’ in. Zij kennen elkaar, trekken dagelijks samen op.”

“Dit is een opdracht waaraan ik gewoon wilde werken, omdat het gaat over mensen zoals ik”

“Dit is een opdracht waaraan ik gewoon wilde werken, omdat het gaat over mensen zoals ik”

In principe kiezen de leerlingen zelf in welk probleem ze zich verdiepen. Daarmee is het voor hen relevant en sluit het aan bij hun leefwereld. Een leerling zei hierover: “Dit is een opdracht waaraan ik gewoon wilde werken, omdat het gaat over mensen zoals ik”.


Het is wel verstandig dat de docent vooraf even checkt of bepaalde onderwerpen gevoelig liggen.

Aik: ‘Als iemand in de klas duidelijk depressief is, of een drankprobleem heeft, dan ligt die casus wellicht te gevoelig. Dan haal je die alvast uit de selectie. Maar verder bepalen de leerlingen zelf welk probleem ze onderzoeken.”

"Het is een vorm van onderzoekend leren"

Aik: ‘Als iemand in de klas duidelijk depressief is, of een drankprobleem heeft, dan ligt die casus wellicht te gevoelig. Dan haal je die alvast uit de selectie. Maar verder bepalen de leerlingen zelf welk probleem ze onderzoeken.”

"Het is een vorm van onderzoekend leren"

De leerlingen doen het werk, ze gaan zelf informatie verzamelen en met elkaar delen. Het draait om zelf ervaren, uitzoeken en oplossen. 

Aik:


“Het is een vorm van onderzoekend leren. Dat werkt veel beter dan zenden. En we maken ze steeds actief. Zo is onderdeel van de aanpak dat de leerlingen elkaars presentaties beoordelen, zodat ze ook dan opletten, en leren ze hoe het nog beter kan.”

Onderdeel van de aanpak is ook dat ze een van de hulpverlenende instanties feedback geven over de hulp en over de toegankelijkheid en vindbaarheid van informatie. Dat zorgt dat ze ook nadenken over de zin van de hulp.

Het is feedback die de organisaties goed kunnen gebruiken. Gemeente en instellingen worstelen al jaren met het bereiken van de doelgroep. 

Onderdeel van de aanpak is ook dat ze een van de hulpverlenende instanties feedback geven over de hulp en over de toegankelijkheid en vindbaarheid van informatie. Dat zorgt dat ze ook nadenken over de zin van de hulp.

Het is feedback die de organisaties goed kunnen gebruiken. Gemeente en instellingen worstelen al jaren met het bereiken van de doelgroep.

Wat vergt dit van de docent

Docenten hebben het druk, dat weet Sam als geen ander. Daarom is de methode zo gemaakt dat deze direct kan worden toegepast. Het is behapbaar gemaakt voor leerlingen, maar ook voor de docent.

  1. 1
    Het kan spannend zijn wat dit losmaakt in de klas.  Er komen heftige problemen aan bod. Sam: “Als het wat losmaakt is dat misschien eng, maar ook een cadeau. Want het is sowieso goed dat zoiets boven tafel komt.” Een handleiding begeleidt de docent stap voor stap door het traject. Daarin staat ook dat je dit als docent niet alleen hoeft te doen. Zo is het verstandig om vooraf relevante collega’s - zoals de zorgcoördinator - te informeren. En de handleiding bevat een overzicht van de mensen en instanties die leerlingen met problemen kunnen bijstaan.
  2. 2
    Pubers zijn vaak nogal ongenuanceerd en vooral met zichzelf bezig.  De lessen helpen inzien dat complexe problemen niet zwart-wit zijn. En dat het ook niet evident is wanneer een situatie van ‘vervelend’ verandert in ‘zorgelijk’: wanneer verandert een beetje blowen in problematisch blowen? We maken ze gevoelig voor problemen.
  3. 3
    Ze leren ook dat het niet in een flits opgelost is. Pubers hebben de neiging om af te haken als iets niet in een keer lukt. Door je in zo’n probleem te verdiepen ervaren ze dat het niet simpel is, dat het best even worstelen is. Ze vergroten hiermee ook hun emotioneel vocabulaire. We maken ze gevoelig voor problemen. Zodat die problemen niet in stilte uitgroeien tot iets groots, maar hopelijk al vroegtijdig besproken kunnen worden.”
  4. 4
    Het levert kennis en inzicht op, maar vooral ook meer begrip voor dit soort problemen. En dat draagt er aan bij dat kinderen zich ook veiliger voelen in de klas. Sam: “Het nagesprek is erg waardevol. Dan bespreek je samen: stel dat je dit in de toekomst bij een klasgenoot ziet, wat doe je dan? Hoe kun je er zonder oordeel voor iemand zijn? Wat zijn de mogelijkheden en de valkuilen. Dat laat je de leerlingen zoveel mogelijk zelf benoemen. Zij zijn de experts.”

SAM  //  docent

“Het klinkt misschien wat groot,” zegt Sam, “maar het is voor ons ook een kwestie van burgerschap: goed zorgen voor jezelf en voor anderen. Burgerschap gaat er niet om een braaf lid van de samenleving te zijn, maar om iemand te helpen als die in de shit zit. We vermijden elk moralistisch toontje.”

Aik  //  jongerencoach

"De naam van het pakket, Voorvechter, is bewust wat stoer om te laten zien dat helpen niet soft is. Je staat ergens voor als je iemand helpt.”

Meer informatie

Voor meer informatie over de workshop en de landelijke verspreiding van het lespakket, neem contact met ons op. Mail: info@generationwhy.nl.

© 2020 |  Voorvechter is een initiatief van het Ministerie van Binnenlandse Zaken